





|
A = Zonnemeer Borg. B = Mensendorp. C = (Zuidelijke) Trolleningang, waar de elfen vroeger gingen handelen met de trollen. D = (Oosterse) Trolleningang, recenter.
Donkergroen = Bos en andere begroeiing. |
1 = Moedergebergte. 2 = Noorderstroom. 3 = Grote Woud. 4 = Geestenrots. 5 = Zonnemeer. 6 = Kleine Waterval. 7 = Grote Spiegelaar. 8 = Massagebergte. 9 = Gouden Rivier. 10 = Donderbos. 11 = Trollenberg. 12 = Grote Vlek. 13 = Snellestroom. |


|
1 = Grote ingang van de Borg. 2 = Ovens. 3 = Ingang naar de werkplaats. 4 = Waar de bootjes liggen bevindt zich ook een kleine bergplaats, waar grotere gereedschappen en werktuigen die weinig gebruikt worden, zijn opgeslagen. 5 = Een wat diepere, grote kuil waar men kan zitten op een verhoogde rotsbank. In het midden bevinden zich de Vuurplaten en een ronde kuil voor open vuur. 6 = Trapje wat naar een klein plateau op de rotsformatie leidt. 7 = Schroef's grot. |
8 = Halve Maan grot, waar de stam veelal de winter doorbrengt. In het midden is een plek waar een groot vuur aangelegd kan worden. 9 = Kleine ruimte waar uiteindelijk het bad, wat oorspronkelijk voor Regendans' Moeder-feest was gecreëerd, permanent is geplaatst. Er is een kleine vuurkuil bij, waar de stenen verwarmd en kruiken met water in geplaatst kunnen worden. Donkergroen = Bomen en grote struiken. Lichtgroen/zandkleurig = Gras en zand. Grijs = Rots. Bruin = Boomstam. |

1) Werkplaats.