Zusterholts informatie   [ 3 februari 2008 | Zonnemeer Borg & Zomerbron ]
Zonnemeer & Zomerbron Dierenlijst

Roofdieren - Hoefachtigen - Kleine zoogdieren - Waterdieren - Vogels - Reptielen - Vissen

Hieronder volgt een lijst met dieren die bekend zijn bij de Zonnemeer en Zomerbron stammen. Let op dat sommige dieren alleen bij Zonnemeer of alleen bij Zomerbron voorkomen!
We hebben onze keuzes gebaseerd op de streken in Europa en Noord-Amerika, en eveneens hebben we enkele oerdieren toegevoegd.

De lijst is ingedeeld in enkele categorieën, wat het zoeken naar bepaalde dieren makkelijker maakt. Bovenin kun je links naar de categorieën vinden, vanwaar je sneller naar bepaalde dieren kan springen.
De dieren in de categorie staan op alfabetische volgorde. Wat als eerste wordt genoemd is de naam die de elfen het dier gegeven hebben. Daarachter staat tussen haakjes de naam van het dier waar wij het vanaf geleid hebben. Op die manier kun je zelf meer details opzoeken, mocht je die nodig hebben.
Snap je de lengtematen die wij hebben gegeven niet? Ga dan eens naar Zonnemeer en kijk dan onder Informatie op de Maten pagina.

Lichaamslengte = De lengte van het dier, gemeten van kop tot achterwerk, de staart is hier niet bijgerekend. Bij vogels is dit wél het geval.
Schouderhoogte = De hoogte van het dier gemeten vanaf de grond tot de schouder. De kop steekt er dus nog bovenuit.
Soms worden er nog specifieke andere maten genoemd, zoals geweibreedte.
Bij vogels is ook het geluid wat ze maken vermeld.

De lijst is nog niet volledig, wij zullen nog geregeld enkele dieren toevoegen. Ook gaan we er voor zorgen dat er van elk dier een zelfgemaakte tekening (of foto) komt. Wil je hier aan mee werken? Ga dan naar het Dieren project.
Nog lang niet alle dieren zijn getekend, enkel de groene links in de lijst leiden naar tekeningen.

Roofdieren

Beer: Berg- en vooral bosbewoner. Eet zowat alles, van kleine hertachtigen tot vissen en bessen. Kan zwemmen en klimmen en houdt een winterslaap.
Lichaamslengte: 1 tot 2 elflengtes. Schouderhoogte: Iets minder dan een elflengte.

Bergkat (Lynx): Berg- en bosbewoner, jaagt 's nachts. Eet vooral kleine prooien als knaagdieren en vogels, maar eventueel ook kleine hertachtigen. Valt bij voorkeur aan met een sprong vanuit een boom.
Lichaamslengte: Max. 1 elflengte.

Boomrover (Boommarter): Komt voor in bossen. Eet kleine dieren, vogels, kevers, eieren en bessen. Nachtdier.
Lichaamslengte: 1 armlengte.

Borstelhaar (Wild zwijn): Leeft in bossen en moerassen. Alleseter.
Lichaamslengte: 1 elflengte. Schouderhoogte: Iets minder dan 2 armlengtes.

Grottenleeuw: Leeft in gebergtes rond Zomerbron. Jaagt op allerlei wild.
Lichaamslengte: ... Schouderhoogte: ...

Kleine kat (Wilde kat): Leeft in open bosgebied. Eet kleine dieren en vogels.
Lichaamslengte: Iets meer dan 1 armlengte.

Langtand (Sabeltijger): Komt vooral op vlaktes voor, maar komt ook in het bos. Het zijn vooral aaseters.
Lichaamslengte: ... Schouderhoogte: ... Slagtandlengte: Ongeveer 1 hand.

Poema: Kan vrijwel overal leven, maar komt vooral voor in bossen hoog in de bergen bij Zonnemeer. Jaagt op allerlei wild, bespringt ze, maar als hij mist, zal hij er niet achteraan rennen. Jaagt bij voorkeur in schemerlicht.
Lichaamslengte: 1 elflengte.

Streepkop (Das): Komt in bosranden voor. Eet insekten, vruchten en kleine dieren.
Lichaamslengte: Iets minder dan 2 armlengtes.

Vlaktewolf (Prairiewolf): Leeft op vlaktes, maar kan zich aan elk gebied aanpassen. Jaagt op kleine dieren en eet aas.
Lichaamslengte: 2 armlengtes. Schouderhoogte: Bijna 1 armlengte.

Vos: Blijft het liefst in de bossen, maar komt ook in hoog gras. Eet muizen, vogels en soms vissen.
Lichaamslengte: Bijna 2 armlengtes.

Wolf: Eet alles, van kleine dieren, zoals muizen, tot hertachtigen. Leeft en jaagt in groepen. Komt vooral voor in de bergen, maar kan zich ook naar bossen en vlaktes verplaatsen.
Lichaamslengte: 1 elflengte.


Hoefachtigen en grazers

Bizon (Steppebizon): Komt op vlaktes voor. Eet groene planten en heeft korte, kromme hoorns.
Lichaamslengte: Ruim 7 armlengtes. Schouderhoogte: 4 armlengtes.

Eland: Komt op vlaktes en in bosranden voor. Eet grassen en bladeren van takjes.
Lichaamslengte: Ruim 4 armlengtes. Schouderhoogte: 1 elflengte.

Langneus (Mammoet): Leeft in kuddes op vlaktes en kan goed tegen kou. Eet groene planten en ziet slecht. Heeft een slurf met 2 'vingers'.
Lichaamslengte: 3 elflengtes. Schouderhoogte: 2 elflengtes. Slagtandlengte: Max. 5 armlengtes.

Os (Oeros): Leeft zowel in bossen als op vlaktes en eet groene planten.
Lichaamslengte: 2 elflengtes. Schouderhoogte: 4 armlengtes.


Rendier (Noordeuropees rendier): Leeft op vlaktes, kan goed tegen de kou. Eet vooral mossen, maar ook grassen en struiken. Vertakt, asymmetrisch gewei.
Lichaamslengte: 4 armlengtes. Schouderhoogte: 1 elflengte.

Renner (Wild paard): Komt op vlaktes en in bossen voor en leeft in kuddes. Eet groene planten. Heeft een dikke wintervacht.
Lichaamslengte: 4 armlengtes. Schouderhoogte: 1 elflengte.

Reuzehert: Leeft op vlaktes en eet grassen. Mannetje heeft een zeer groot bladvormig gewei met uitstekels.
Lichaamslengte: 2 elflengtes. Schouderhoogte: 5 armlengtes. Geweibreedte: Max. ruim 2 elflengtes.

Sneeuwgeit: Komt hoog in het Massagebergte voor, in de buurt van Zomerbron, daalt bij grote kou af naar bos. Eet grassen, kruidachtige planten en korstmossen. Heeft kleine spitse horens.
Lichaamslengte: Iets minder dan 1 elflengte. Schouderhoogte: 1 halve elflengte.

Spleethoef (Ree): Kom voor in bossen, velden en op hellingen. Eet vooral gras en leeft in groepen. Mannetje heeft een vertakt gewei.
Lichaamslengte: Iets minder dan 1 elflengte. Schouderhoogte: 1 halve elflengte.


Steenbok: Eet mos, gras en kleine struiken. Komt erg hoog in de bergen voor, op rotsen. Kan 'onmogelijke' sprongen maken. Grote, maanvormige geribbelde horens.
Lichaamslengte: 1 elflengte. Schouderhoogte: 2 armlengtes.

Vlekhert (Damhert): Leeft in bossen en eet grassen en noten. Heeft een vlak, vertakt gewei.
Lichaamslengte: 1 elflengte. Schouderhoogte: 2 armlengtes.

Wolharige neushoorn: Komt op vlaktes voor en kunnen zeer goed tegen kou. Eet grassen en is zowel overdag als 's nachts actief. Ziet slecht.
Lichaamslengte: 2 elflengtes. Schouderhoogte: Ruim 1 elflengte. Hoorngrootte: Max. 1 elflengte.

Zwarthoef (Edelhert): Komt op de vlaktes in het Grote Woud van Zonnemeer voor. Leeft van grassen en struiken. Het mannetje heeft een vertakt gewei.
Lichaamslengte: 4 armlengtes. Schouderhoogte: 1 elflengte.


Kleine zoogdieren


Bergfluiter (Alpenmarmot): Leeft vrij hoog in de bergen, aan de zonnige kant. Eet groene planten en wortels en houdt een winterslaap.
Lichaamslengte: 1 armlengte.

Graver (Mol): Komt voor in bossen en op vlaktes en leeft voornamenlijk onder de grond. Eet wormen, insektenlarven en slakken. Kan zwemmen.
Lichaamslengte: Iets meer dan 1 hand.

Langoor (Haas): Eet wortels en groene planten. Komt voor op vlaktes en leeft solitair. Kan goed de kou trotseren. Herkenbaar aan zijn lange oren met zwarte punt. Heeft langere voorpoten dan de wolstaart. Hupperachtige.
Lichaamslengte: Ruim 1 armlengte.

Leervleugel (Bosvleermuis): Komt voor in bossen, grotten en op open velden. Eet vliegende insekten. Is een nachtdier en houdt winterslaap.
Lichaamslengte: Max. 1 vingerlengte. Vleugelspanwijdte: 2 handen.


Maskeroog (Wasbeer): Komt voor in bossen met stromend water. Eet bessen, vruchten, noten en aas. Wast zijn eten.
Lichaamslengte: 1 armlengte.

Muis: Komt in allerlei gebieden voor en leeft van grassen en zaden. Kan plagen vormen.
Lichaamslengte: Max. 1 hand.

Pluimstaart (Eekhoorn): Komt voor in bossen. Eet allerlei soorten noten, maar ook paddestoelen en insekten. Houdt winterslaap.
Lichaamslengte: 2 handen.

Rat: Komt voor in moerassen en op open vlaktes. Is een alleseter en kan plagen vormen.
Lichaamslengte: 2 handen.

Stekelbeest (Egel): Komt voor in bossen, verschuilt zich veel, is vooral een nachtdier. Eet kevers, wormen, eieren en slakken. Houdt winterslaap. Albino's zijn niet zeldzaam.
Lichaamslengte: 2 handen.

Stinkdier (Gestreepte skunk): Leeft in open bossen en op grasvlaktes. Is een nachtdier, alleseter en houdt een winterslaap. Als hij zich bedreigd voelt, steekt hij de staart in de lucht en kan dan op ruim 2 elflengtes afstand een sterk geurende vloeistof spuiten.
Lichaamslengte: Ruim 1 armlengte.

Wolstaart (Konijn): Leeft in groepen in bossen en op vlaktes. Eet groene planten en knabbelt ze af tot dicht aan de grond. Hupperachtige.
Lichaamslengte: Ruim 3 handen.


Waterdieren

Bever: Woont in waterrijke gebieden, bouwt dammen en woont in een burcht. Eet onder andere waterplanten en schors.
Lichaamslengte: Halve elflengte.

Hardrug (Moerasschildpad): Komt in stilstaand of lichtstromend water in de zon voor. Eet waterinsekten en andere kleine waterdieren. Houdt winterslaap.
Lichaamslengte: 3 handen.

Waterduiker (Otter): Leeft bij de rivieren van Zonnemeer. Eet vis en andere kleine dieren.
Lichaamslengte: Meer dan 1 armlengte.


Vogels

Bosuil: Leeft enkel in de bossen bij Zonnemeer. Eet vooral muizen.
Lichaamslengte: 3 handen. Geluid: Kie-wik.

Ekster: Leeft in bosrijk gebied. Eet eieren, jonge vogeltjes, restjes en insekten. Voelt zich aangetrokken tot glimmende voorwerpen.
Lichaamslengte: 1 armlengte. Geluid: Tjak-ak-ak-ak.

Garrit (Vlaamse gaai): Leeft in het bos. Slaat alarm (niet alleen voor zichzelf) bij bedreiging. Eet vooral noten, maar ook eieren of jonge vogels.
Lichaamslengte: Bijna 3 handen. Geluid: Skrčrk (schel) of pie-ee (zacht), maar kan ook andere geluiden nabootsen.

Groenoog eend (Wintertaling): Leeft aan meren en moerassen. Eet waterplanten en waterinsekten. Is een trekvogel.
Lichaamslengte: Bijna 2 handen. Geluid: Krik krik (rinkelend).

Hoogpoot (Kraanvogel): Leeft op vlaktes en in moerassen. Eet zaden en kleine dieren zoals muizen, en is een trekvogel.
Lichaamslengte: 2 armlengtes. Geluid: (Schel trompetgeluid).

Kraai: Leeft op open velden. Eet eieren en jonge vogels.
Lichaamslengte: 1 armlengte. Geluid: Kraw.

Prrr-Taliloe: Komt enkel voor in de rotsgebieden van Zomerbron.
Lichaamslengte: 2 vingers. Geluid: (een vragend) prrr taliloe.

Reiger (Blauwe reiger): Leeft aan meren en rivieren. Eet vissen en kikkers.
Lichaamslengte: 2 armlengtes. Geluid: Frčččrnk (rauw).

Roodkwab (Fazant): Leeft op vlaktes en aan bosranden. Eet vruchten en zaden.
Lichaamslengte: 1 tot 2 armlengtes. Geluid: (Kraait).

Steenuil: Leeft op vlaktes en rotsen. Eet insekten en soms kleine vogeltjes.
Lichaamslengte: Ongeveer 2 handen. Geluid: Kip kip kip.

Valk (Torenvalk): Is te vinden op alle open terrein. Eet vooral muizen.
Lichaamslengte: Max. 3 handen. Geluid: Kiii-kiii-kiiir-iiir.


Zwaan (Knobbelzwaan): Leeft aan meren en rivieren. Eet waterplanten en is een trekvogel.
Lichaamslengte: 1 elflengte. Geluid: (Trompetgeluid).


Reptielen en amfibieën

Boomkikker: Komt op vochtige plekken en in bossen voor. Eet (vliegende) insekten. Nachtdier.
Lichaamslengte: 1 vinger.

Rčkčkč (Meerkikker): Komt in waterrijkgebied voor. Eet grote insekten en salamanders. Houdt winterslaap.
Lichaamslengte: 1 hand.

Rotskruiper (Muurhagedis): Komt voor op droge, zonnige rotsen. Eet insekten en fruit. Houdt winterslaap.
Lichaamslengte: Bijna 2 vingers.

Slang (Ringslang): Komt in waterrijk gebied voor. Eet kikkers en kan zwemmen. Houdt winterslaap. Is niet giftig.
Lichaamslengte: 2 armlengtes.

Vuurbuik (Watersalamander): Komt in zwakstromend en stilstaand water voor. Eet waterinsekten. Houdt winterslaap.
Lichaamslengte: Bijna 1 hand.

Wrattenhuid (Pad): Komt op vlaktes en in bossen voor. Eet insekten. Houdt winterslaap.
Lichaamslengte: 1 hand.

Zwarte adder (Adder): Komt in bosranden voor. Eet kleine dieren en reptielen. Is giftig. Houdt winterslaap.
Lichaamslengte: 1 tot 2 armlengtes.


Vissen

Vissen
Op deze plaat staan de volgende vissoorten:
1. Roodbuik (Europese zalm).
2. Stippelvis (Beekforel).
3. Doornrugvisje (Driedoornige stekelbaars).
4. Meerval (Dwergmeerval).
  5. Modderkruiper (Kleine modderkruiper).
6. Streepvis (Baars).
7. Zilverrug (Blankvoorn).
8. Vissenkoning (Snoek).

Er kunnen nog meerdere vissoorten voorkomen in de meren en rivieren bij onze Borgen. Let op dat bovenstaande de grootste en meest voorkomende vissoorten bevat, en dat de Roodbuik alleen in Zomerbron voor komt!

Het uiterlijk en de eigenschappen van nieuwe vissen mogen door jullie zelf aangepast worden voor het verhaal waarin deze voor komen. Heeft een nieuw bedachte vis een grote rol in je verhaal, vraag dan eerst toestemming bij de Borgleiding.
Als een zelf bedachte vissoort eenmaal in een verhaal gebruikt is, mag deze beschreven en getekend worden zoals de overige dieren op deze lijst, wanneer daar behoefte aan is.



Insekten

-komen binnenkort-